Contact: d i e t e r b r u l s @ g m a i l . c o m

 
 

Bij geen dagelijkse update: klik hier

laatste

vorige week

voor tekeningen naar dieterbruls.nl

 
     
 

Week 8

 
     

2021

Januari

 

2020

Vandaar per maand doorklikken

 

 

   
     
  Woensdag 24 februari 2021  
     
   
     
   
  Aflevering 155 [351]  
 

Lach, brul en gier...

Het was mooi lente weer, de mensen stroomden naar de parken. Ik ook. Maar het park waar ik heen ging, ook midden in de stad, was vrij rustig. Ik koos een bankje uit en las. Een jonge man vroeg heel netjes of hij op het andere uiteinde mocht gaan zitten, het was meer dan anderhalve meter van me vandaan en hij ging daarna met zijn rug naar me toe zitten. De meeste mensen zijn goed en houden wel degelijk rekening met de regels en daarmee met anderen.

Niet de mensen die in het Vondelpark aan het feesten gingen. Die niet, die zijn er met zijn allen verantwoordelijk voor dat er heel veel nog lang dicht moet blijven, dat er heel veel nog niet kan. En dan vooral dat wat ze het liefst weer zouden willen kunnen. Zoals altijd is het een kleine, weliswaar in het oog springende, groep die het voor de rest verpest.

En wat je daar tegen kunt doen? Je kan met ze praten, maar dat is al vaak gedaan: dat praten gaat nog wel, maar het luisteren niet.

Blushelikopters inzetten, dat kan wel, die grote ladingen water dumpen bij massavorming. En dat water hoeft niet schoon te zijn. We hebben in dit land een mestoverschot. En het gras in het Vondelpark moet ook herstellen.

Of zou ik nu niet beter dan de feestvierders moeten zijn?

 
     
   
     
  Dinsdag 23 februari 2021  
     
   
     
   
  Aflevering 154 [350]  
 

Radetzkymars

Karel van het Reve schrijft ergens over Dostojevski die algemeen zo verheerlijkt wordt, dat hij eigenlijk niets anders doet dan bovengemiddelde Bouquetreeks-lectuur schrijven. Al gebruikte Karel van het Reve natuurlijk nog het woord keukenmeidenroman. Ik ben benieuwd wat hij over Joseph Roths Radetzkymars zou zeggen, want laten we eerlijk zijn, ook dat is een hoog sentimenteel familie-epos, waar Freud met Haydns baton de vierkwartsmaat slaat.

Het is de achtergrond van het verval van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie die het interessant maakt.

Radetzkymars gaat over de onvermijdelijkheid der dingen. Het volgen van een patroon, een uitgestippelde weg, waarvan het einde in zicht is, maar die toch gevolgd moet worden. De weg moet ten einde gegaan worden, koste wat kost, ook al is de horizon slechts een afgrond.

Er zijn geen zijstraatjes die vluchtmogelijkheden bieden. Nooit, zelfs op een avondwandeling niet.

 

Roth beschrijft het wegtikken van de tijd met de erflating van stilstaande horloges en wij zien een overtuigend beeld van hoe het Habsburgse Rijk was. Hoe het volgens ons was, overigens, nadat we Roth hebben gelezen. Dat die veelvolkerenstaat ook bruiste, broeide, dat is ons beeld niet, maar hoe kan een staat de basis van een wereldoorlog zijn als die lusteloos inslaapt?

Niettemin, keukenmeidenroman of niet. Ik heb sinds lange weer eens het gevoel van bingereading. Het vervolg, waarin het oude Oostenrijk - neem ik aan - opgebaard ligt, De Kapucijner Crypte heb ik vandaag besteld.

 

Joseph Roth: Radetzkymars, LJ Veen Klassiek.

 
     
   
     
  Maandag 22 februari 2021  
     
   
     
   
  Aflevering 153 [349]  
 

Grendel

Ik zat op het binnenhofje van de Oudemannenhuis-poort, normaal gonst het daar van studenten, nu kan men er verscholen zitten in de stad die toch al rustig is. Terwijl ik verzonken was in Joseph Roths Radetzkymars liep er een man met een balk langs. De gebruikers van de andere bankjes, een geoefend reiziger en een studente die ijverig leerde moeten erop gereageerd hebben, op die man met die balk en gewis de betekenis van zijn gang gekend hebben. Ze waren met stille schreden gegaan.

Mij moest hij waarschuwen met een plechtstatig Meneer, we gaan sluiten. De woorden dank u strompelden uit mijn keel, alsof ik te danken had voor het weggestuurd worden uit het paradijs. Ik voelde me een beetje als Von Trotta die zich op straat maar niet weet te ontdoen van zijn bewaarder, toch iets vriendelijks wil zeggen maar niet zo gevlochten is in dagelijkse conversatie. Hetgeen ik natuurlijk ook niet ben. Een mooie avond wenste ik bij de poort en slikte de rest van de zin maar in. Want hoe moest die goede man nou zo snel weten wie Katharina was, met haar grote witte borst?

Achter mij hoorde ik hoe de balk in de grendelleggers van de poort werd geschoven. En dat gaf een fijn gevoel, dat er midden in Amsterdam al sinds lange jaren een grendelbalk wordt aangebracht om de stad buiten te houden.

 
     
     
 

(c) 2000-2021 Dieter Bruls