|
Verhalen uit de vergetelheid: Hoe
Robin spoorloos ging

Nuth, het gehucht Tervoorst,
ergens jaren zestig. Er zat in een van de koloniewoningen - zoals
corporatiewoningen toen nog genoemd werden - een
kapper, waar mijn vader soms ging. Ik hoefde niet geknipt, dat werd ik
alleen af en toe, tegen mijn zin, op een woensdagmiddag bij een andere
kapper en dan wachtte mijn moeder me verzorgend op, op de hoek van onze
straat, met een banaan, zodat ik, wij, mijn broers - zonder middageten,
zoals de lunch toen nog heette - door konden rennen naar de kapper, om
als een van de eersten aan de beurt te zijn.
Maar ik ging met mijn vader mee,
zoals ik zo vaak mee ging. Om naar zijn verhalen te luisteren, over hoe hij, in een
naastliggend gehucht opgegroeide. Hoe hij met mijn opa door hun boomgaard
rolde na de zondagse maaltijd om uit te buiken. En hoe zij, de jeugd van Hunnecum vochten met die van Tervoorst waar hij zich dan toch jaren
later aan het mes van de kapper durfde bloot te stellen.
Ik nam mijn liefste bezit mee: een
Batmanauto. Je kon er lucifers mee afvuren, met een knopje kon je een
zogenaamd mes aan de voorkant openen en aan de achterkant kwam bij het
rijden een uit plastic bestaande vlam vrij. Batman zat aan het stuur.
Zijn trouwe helper Robin ernaast.
Maar deze rit achter op de fiets
bleek thuisgekomen de laatste rit van The Boy Wonder. Robin - net als Batman
een los poppetje in de auto, van iets minder dan een centimeter groot -
was
verloren gegaan. Mijn vader is nog terug gefietst, het haarputje van
de scheerder werd nauwlettend onderzocht, maar Robin was en bleef weg. In de
tegenwoordige Batman-films ziet u hem - het zal toeval zijn - dan ook
niet meer.
De Voorsterweg in Tervoorst
bestaat nog steeds. Voor mij heet die echter voor altijd de Robinweg.
Op de foto wordt niet de Voorsterweg
weergegeven, maar de Reymersbekerweg te Nuth. Maar het zag ongeveer
hetzelfde uit.
|