| Ode aan de Mensheid
Mensen zijn kleine zielen
Die
lijken meezeulen
Zakken met pus, pis en stront
Bloed
en bloedeloos van de geest
Mensen zijn kleine zielen
Van
verrotting doordrenkt
Het
denken een abces
Winden van de geestvertering
Het
lijk meezeulend
Driftig stappend naar het graf
Vergarend maar niets achterlatend
Dan
uitstromend lijkvocht
Niets
mist de geest zozeer
Als
dat wat leeft
Maar
toch niet is, niets is
Dan
wratten waar hersenen horen
Voor
Epictetus |