|
Het eelt in zijn ogen
In de eindexamenklas zag hij
haar terug. En hij wist het meteen: zij was het die hem beledigd
had op de kleuterschool. De feiten worden de lezer bespaard,
wellicht zijn ze voor menigeen ook te subtiel. Zeker als men de
jaren betracht die er voorbij waren gegaan.
Hij haatte nu dat ze voor
hem ging zitten en zich de hele les naar hem omdraaide. Dat duldde
hij graag van die andere meiden - leukere meiden - die in andere
lessen altijd voor hem gingen zitten en genoten van zijn
krabbeltjes in de marges van zijn boeken. In die ene les bleven
die marges maagdelijk leeg.
Ze bleek hardleers. En dit
wakkerde zijn walging aan. Slechts het eindexamen kon hem van zijn
groeiende haat tegen zoveel niet zien verlossen. Hij verlangde
naar die verlossing: zijn ogen waren inmiddels tot thermische
lansen verworden voor het plaatstaal voor haar kop.
De dag van het examen zag
hij haar dan voor het laatst. Ze gedroeg zich vreemd. Hield zich
schuil achter de brommerstalling. En hij vermoedde het. In het
examen ontbrak ze opvallend, de stoel voor hem bleef leeg. En hij
dacht het.
Halverwege het examen klonk
een verwarde oproep door de schoolomroepinstallatie van de anders
zo monotone schoolsecretaresse: de directeur werd direct verzocht
zich aldaar te melden. En hij wist het.
Toen hij vijf dagen later de
uitslag van het examen kreeg - een dikke voldoende - werd zij
begraven. Ze had zich verhangen in het trapportaal.
En hij werd gediplomeerd tot
mij. |