|

De hand van mijn oma
Mijn oma belde op
zaterdagmorgen om zes uur 's ochtends als de appels geplukt
moesten worden, of de peren. Zij was dan al van half vier op. Ze
was nog uit de tijd van voor het elektrisch licht.
Mijn oma verhuurde kamers
aan Hollanders die op vakantie gingen. Ze maakte zich enorme
zorgen over haar eten als ze zag dat die mensen 's middags thee
dronken. Limburgers drinken slechts thee als ze echt niks anders
meer binnen kunnen houden.
Toen er TV in huis kwam
kamde m'n oma eerst haar haar voor ie aanging en zei 'ook
goedenavond' tegen de omroepster.
Den Uyl was geen socialist,
want hij droeg een stropdas of ze zei over iemand 'het is een
goed mens maar hij komt niet aan de pomp' (ze hadden een
tankstation toen). Een man moest brood kunnen snijden voor ie
trouwen kon.
Na de avondmis op zaterdag
kwam ze altijd bij ons langs in het dorp (zij woonde buiten) om
koffie te drinken. Wij zetten dan de vaas van haar op de
schoorsteen, de vaas die anders in de kast stond. Ze nam altijd
haar eigen boterhammen mee. En dat deed ze ook die ene keer dat ze
gevlogen heeft.
Ze kon de lekkerste vlaai
bakken en de allerlekkerste knapkoek, omdat die alleen voor mij
was.
Mijn oma. Vandaag vond ik
de koffiebus die ze een groot deel van haar leven gebruikt heeft.
Toen ik de bus aan mijn dochter liet zien met de vraag of ze de
hand van mijn oma wilde zien, vroeg ze geschrokken: 'Die zit
toch niet in die bus?'
Nee, erop. |