|


reageren
deze week
vorige
index
colofon
|

Niet de beschrevenen, slechts hij die
ze beschreef en zij die hem bediende... |
Eenzaam
Stil zitten ze bij elkaar,
hij in zijn gedachten, zij in de hare. Ze zijn getrouwd, dat is
overduidelijk. Er straalt verdriet uit haar ogen. Ze zijn samen,
maar samen ieder voor zich alleen. Alleen hij heeft het niet door.
Slechts de menukaart brengt hen tot overleg, alsof ze omdat ze
getrouwd zijn hun eten op elkaar moeten afstemmen. Ze bestellen
uiteindelijk hetzelfde, ik vraag me af wiens keuze het was.
Hoeveel eenzaamheid schuilt
achter huwelijken, hoeveel treurnis achter de grauwe façaden waar
ze huizen, gezamenlijk huishouden? De mens vlucht, maar steeds
meer naar de afgrond toe.
Dan heeft de stilte lang
genoeg geduurd, is er dat besef dat er gesproken moet worden. Hij
praat - zij komt niet aan de beurt - dan eens breeduit, op haar
schamele vragen kortaf, over zijn wereld, zijn beleven en je ziet
hoezeer dat alles het hare niet is. Zij lacht dan nog wel op zijn
aangeven, maar nooit was haar treurnis groter. Eenzaam, zulke
droefenis niet te kunnen zien.
Het is weer stil geworden.
Het wachten is nog slechts op het bestelde en dan ooit de stilte
van het graf. |
|
Zaterdag 9 september 2006 |
 |
Het mysterie Jindřich Decker
Een
vreselijk goed idee op de hoek van de Janovskeho en de Hermanova
in Praag-Holešovice een
antiquariaat gecombineerd met café en dan nog internet ook. Even
waande ik mij in de hemel. En al zeker toen ik met de eerste greep
in een ramsjdoos dit - naar het lijkt - manuscript vond. Geheel
zeker ben ik nog niet want het kan ook een vertaling van een
aantal fragmenten zijn.
Twee
keer een enveloppe met de naam Jindřich
Decker erin en wie daar op googled (en Google lijkt iets tegen de
betekenis internetzoeken te hebben las ik vandaag, 13 september in
Onze Taal, want wil het - onverstandig - alleen specifiek voor
juist de eigen zoekmachine toestaan) komt op een aantal
bibliotheken uit.
Wordt
een uitzoekklusje, de Tsjechische
Wikipedia
geeft niets. |
 |
Berenbier
Brouwerijmedewerkers dragen tegen de lunch, het uur dat op zijn
Limburgs de noon heet, kratten met plastic anderhalfliterflessen
naar binnen, van de blonde en de zwarte. En al ligt het hier
afgelegen, op een verlaten, vervallen en met afgedankte
legervoertuigen overladen industrieterrein , toch stroomt het al
ras vol voor het meer dan goede middagmaal of met mensen die het
bier thuis nuttigen en slechts zo'n fles versgetapt willen hebben
van de - vertaald -
Berounse Beren huisbrouwerij, een microbrouwerij. Niet
gepasteuriseerd zoals vers gedronken bier niet hoeft te zijn.
De tmave
(zwarte) zoals ie moet zijn en die bijzondere blonde. Diamantjes
in het stille. |
|
Donderdag 7 september 2006 |
 |
Dubbele rouw
Een dag nadat zijn vrouw
begraven was stierf dan ook mijn peetoom van wie men alom had
verwacht dat hij eerder zou gaan. Niet dat hij het geweten meer
heeft dat zij overleden was, hij was al niet meer bij de tijd.
Pijn heeft de een om de ander niet meer hoeven hebben. En je kan
zeggen dat er een zekere romantiek in schuilt.
En de kinderen? Ik weet het
niet, bestaat er erger dan rouw, dubbele rouw? Misschien is het
een verlichting de achtergebleven partner niet te hoeven zien
rouwen. Misschien is een keer over de pijn van het verlies
heenkomen makkelijker dan twee keer. Misschien hoop ik het vooral.
De foto plaatste ik
geloof ik al een keer eerder, de San José, 1410 ton, 80 meter lang
en 9,5 meter breed. En zij hebben hem lange tijd gevaren. |
|
Woensdag 6 september 2006 |
 |
Genieten
Mooi is
dat als de mens nog met de seizoenen leeft, de paddestoelenpluk
(waarover verder meer) die dan weer langzaam overgaat in de tijd
dat men zijn zuurkoolvoorraad aanlegt voor de winter die komen
gaat. En dan wordt het einde van de zomer nog gevierd met de
burčak,
de jonge witte wijn. Nog troebel, maar vrolijk in het glas. Niet
echt een delicatesse, maar gewoon meer iets om eens per jaar te
proeven, het voorbijglijden van weer een jaar eraan af te proeven.
In een anderhalve liter plastic limonadefles getapt en dan zeggen
dat het weer een mooie zomer was.
En dan medovina, de wijn
waar het allemaal ooit mee begon in het oude Egypte, de honingwijn
die wij als mede kennen. Tenminste, zouden moeten kennen. Want wij
kennen dat alles niet meer, bij ons bepaalt de AH de seizoenen. |
|
Filmpje uit mijn al jarenlange
favoriete café. Niets te doen, niets te beleven, maar een
klassieker waar nooit iets veranderd. Zoals een Tsjechisch
dorpscafé moet zijn (Real-player nodig, gratis te downloaden). |
Het verdere wedervaren van
mijn pak [2] Lees eerst
deel 1
Het was smoezelig in de
winkel van de oude pandjesbaas, maar die smoezeligheid werd
verhuld door het halfduister waarin de winkel altijd verkeerde. De
pandjesbaas schuwde licht, misschien uit de natuur van zijn nering
maar vooral omdat licht geld kost. De woekeraar had Pepa weinig
gegeven voor het trouwpak waarmee hij zijn bruiloft probeerde te
betalen, het hing nu tussen allerlei vodden, wachtend op betere
tijden voor Pepa of een ander die het zou willen kopen als Pepa de
rente niet kon betalen of er vanaf zag.
Dagen gingen voorbij, weken
en Pepa gaf zijn onderpand op in de wurggreep die het aanstaande
huwelijk hem bracht. De gierige pandjesbaas teerde op dat ongeluk.
Eensklaps kwam Vaclav de
uitdragerij binnen, Vaclav was koppelaar bij het spoor. Zijn
achternicht ging trouwen en Vaclav had eigenlijk altijd en oogje
op haar gehad en hij wilde op het feest nog een keer indruk op
haar maken, om haar haar fout nog een keer - in zijn ogen - in te
wrijven.
Ook Vaclav stond het
donkerblauw driedelig krijtstreep pak bijna net zo goed als mij.
En dat vond ook Jarmila. |
| |
Het verdere
wedervaren van mijn pak [1]
Nadat mijn tas uit de trein
R752 gestolen was, was mijn driedelig pak in handen gevallen van
Pepa, een neef van de dief die zelf een maat groter was. De blauwe
krijtstreep stond Pepa uitzonderlijk mooi - bijna zo mooi als het
mij gestaan had - en hij droeg het daarom naar het feest dat die
vrijdag gegeven werd en dankzij het pak sloeg hij daar de vurige
Jarmila aan de haak en bezwangerde haar terwijl zij de stof van
zijn mouw streelde, een stof zoals die niet meer gemaakt wordt.
Vier maanden later werd
duidelijk dat er aan een gedwongen huwelijk niet meer te ontkomen
viel. Om de kosten te dekken werd het pak nar een oude pandjesbaas
gebracht en Jarmila had daar geen spijt van, ze had al lang gezien
dat andere vrouwen ook voor Pepa vielen als hij dat pak droeg.
En Jarmila deed daarmee wat
alle vrouwen doen: dat doden in een man dat ze tot hen aantrok in
de hoop hem voor zichzelf te kunnen houden. |
|