|
Overleven in de stadsjungle

The city is a jungle but I'm a beast |
|
Amsterdam in
het midden van de zomer is steeds meer een plaats waar je je
verbaast dat er iemand anders Nederlands spreekt en om dat feit
alleen al adressen gaat uitwisselen zoals sommigen dat op
buitenlandse campings doen.
Ik moet regelmatig over de
Damstraat, de grootste toeristenopslagplaats en vooral van het soort
die niet zonder minimaal 29 soortgenoten weg durven. Sinds kort neem
ik voor die straat een één meter lange paraplu mee. Die steek ik
voor me uit en kijk verder niemand meer aan. Mensen blijken als
vanzelf te wijken. De straat over steken gaat ook fantastisch: zowel
fietsers als automobilisten zijn bang van een paraplupunt. Truc is
vooral niet opzichtig te kijken of er iets aan komt. Doen alsof je
blind bent.
Sinds vrijdag zit er als
extra wapen een fietsbel op. Het kan niet Nederlandser, van de Hema
met Jip en Janneke erop. Hem en Het geeft het nog niet op fietsbel.
Voor hardnekkig kuddevolk
kan men verder lichtjes meppen, de paraplu plots als schild openen
en desnoods dreigen dat het een paraplu van Bulgaarse makelij is en
dat Georgi Markof er op een Londense brug nog kennis mee maakte.
Aan een blindenstok denk ik
ook, alleen die helpt niet tegen die regen waar al die toeristen
voor schijnen te komen. |