|
reageren
deze week
vorige
index
colofon

|

 |
|
Kantelkanten
Nu de Tsjech
steeds meer toegang tot het internet heeft en de gemiddelde toerist op
dat gebied – duur – voor zichzelf zorgt, zie je in de minder
toeristische gebieden steeds minder internetcafés. Er komt een dag
waarop kinderen zullen vragen 'mama wat was dat een internetcafé?'
De toerist die niet over eeuwig internet beschikt – of wil beschikken -
is de dupe. Ontwikkeling leidt altijd tot uitsterven.
Dat zie je ook
bij de spoorwegen: steeds meer mensen hebben een auto, dus rijden er
minder treinen. En dan worden mensen weer aangezet een auto te kopen. En
is die toerist die zonder auto reist weer de dupe.
Het zou de
staat er veel aan gelegen moeten zijn dit soort systemen in stand te
houden. En dat geldt ook voor de post: want ooit zal het vakantiekaartje
– door het vele mailen en sms-en er weer ouderwets langzaam over doen.
Ook in de
verdere serviceverlening ziet men een dergelijk fenomeen. Tweevoudig.
Ten eerste mensen hebben steeds meer geld voor vakantie – en nogmaals,
het zij ze van harte gegund – met als gevolg dat de serviceverlening
tijdens de vakantietijd volledig instort. Daarnaast is het zo dat mensen
die talen spreken steeds meer kiezen voor een baan in de beter betalende
dienstverlening waardoor voor het toerisme belangrijke informatieplekken
instorten. Een simpel voorbeeld: de internationale informatiedeskmevrouw
op Praag Centraal Station bevestigde Engels te spreken, maar na die
bevestiging sprak ze maar een woord Engels en dat was 'no'. Kameraad
Stalin was weer levend en mijn vraag eindigde slechts in een Tsjechisch
tieren van haar kant. Dat ik haar antwoord moest respecteren en niet nog
verder moest vragen waarom dat wat ze me vertelde zo was.
De toeristieke
aandacht voor Tsjechië nadert duidelijk zijn kantelkant. En daarom moet
Tsjechië inzetten op beter taalonderwijs. Want zolang je slechts met
sommige hele oude mensen Duits kan spreken en enkele frisse moderne
Engels dan raakt het toerisme ooit uitgewoond. |
|
 
|
| Ochtend in Dlouhonovice,
zo'n mooie oude Russische auto, ik denk een Moskovic. En valavond in
Žamberk met uitzicht op zo'n oosteuropese betonplatenflat. Vanaf het
terras van restaurant Het Slachthuis, alwaar ik altijd ten afscheid van
de dag een vriendschapsdronk met de bardame doe. |
|

Het Museum in 1912, toen het bijna klaar was. |
|
Architectuur: Koteras Museum
Hradec Králové leek me altijd zo'n
verslapen stadje, waar ik echter graag kom vanwege die ene
potloodwinkel.
Deze keer liep ik echter, om niet weer twintig Koh-I-Noor
potloden te kopen, maar eens de andere kant op en stuitte op een gebouw
dat indruk op me maakte. Helaas heeft een of andere gek er bijna honderd
jaar geleden bomen voor gezet, en hoe zeer ik van bomen houd, veel van
de architectonische aanblik ging hiermee verloren. Nu vermoed ik dat
veel mensen dit gebouw aartslelijk zullen vinden, maar op mijn
werelderfgoedlijst komt het.
Jan Kotera (1871-1923) ontwierp het aan het begin van de
twintigste eeuw als museum en |
|
Een van de twee beelden rond de ingang. Met nog een beeldje op de
hand. Had met graagte weggelaten kunnen worden.
|
|
het ontwerp vloekte tegen alle regels. Statige
gebouwen – zoals musea -waren in die tijd symmetrisch, dat van
Kotera niet. Musea werden ontworpen om er daarna spulletjes in te
zetten, Kotera bouwde zijn museum
om de collectie, zodat deze op zijn best zou uitkomen.
Nu zag ik wel enige mooie dingen in die collectie –
mijn voorliefde voor oud drukwerk werd weer eens bevredigd – maar
mijn aandacht ging toch vooral naar het gebouw uit. De afwerking is
fenomenaal, de aandacht voor details, de meubilering: uitstekend
timmermanswerk. Misschien ga ik iets te ver als ik zeg dat Kotera
het wandmeubel tot kast maakte die je ook midden in een ruimte kon
zetten en zo ruimtes af te schotten, licht te behouden en daarmee
muren weg te kunnen laten, maar ver zal ik er niet naast zitten.
Enige originele meubels en een paar replica’s zijn nog wel
voorhanden, maar helaas niet de complete originele inrichting. In
huidige musea moet namelijk helaas op knopjes geduwd kunnen worden.
Zodat men vooral niet interactief met het eigen brein hoeft te
worden.
Het
personeel was uiterst vriendelijk en begrepen mijn liefde voor
detail. Ik mocht dan ook overal aan voelen, hetgeen ik nu eenmaal
bij kunst en gebouwen niet laten kan. Ik streel muren en in menig
museum word ik er door een oververhit suppoostenlegioen uitgezet.
Natuurlijk weet ik precies wat ik wel en niet kan aanraken, maar de
zijkant van een schilderij bekijken moet mogen. Laatst in Leipzig
stonden weer eens mensen vreemd op te kijken toen ik weer eens aan
een gebouw liep te voelen. Uit textuur kan je veel aflezen.
Als ik zo'n gebouw bekijk, moet iedereen begrijpen
waarom mijn huilen in lachen overgaat bij menig nieuw opgeleverd
gebouw, zoals bijvoorbeeld de nieuwe Amsterdamse bibliotheek. Een
architect doet zijn best, maar de aannemer levert flanswerk omdat de
opdrachtgever op de knip zit.
Dat was bij dit gebouw ook het geval: details in het
originele bestek werden pas twintig jaar later alsnog toegevoegd,
maar het is in ieder geval gebeurd.
Alleen die bomen die hadden niet gehoeven. |
 |
|
Men vraagt mij wel eens
waarom ik toch zo vaak alleen maar verval fotografeer. Omdat ik het
mooi vind. Mijn foto's van Leipzig - net zoals deze van Žamberk in
het Adelaarsgebergte: ik fotografeer ook dat wat anderen mooi
vinden, maar kan er zelf niks mee. |
 |
|
Dood door Apfelstrudel
Kwam
vroeger een vrouw zonder gêne in een Tsjechisch café, nu ziet men ze
minder. Cafés zijn mannenaangelegenheden geworden, met eeuwigdurende
grootbeeld sportvertoningen.
Af en toe
komt men iets tegen dat zich afficheert met gebak en daar treft men
dan de vrouwen, de oudere, de getrouwden. De jongere – ook getrouwd
– ziet men hooguit in gelegenheden die zich modern en mediterraan
voordoen. In streng geledere groepen die in zich zelf besloten zijn.
Als een getrouwde nonnenorde. In Nederland wordt een groep vrouwen
die uit zijn snel flirterig, in Tsjechië zul je dat niet meemaken.
Ik vraag
me vaak af hoe een Tsjech aan de vrouw geraakt.
Ze doen
het blijkbaar wel. Maar de vrouwen trouwen duidelijk te jong, wat
heb ik een leed achter kinderwagens zien lopen. Jonge meiden die wat
van hun leven hadden kunnen maken, dankzij een kind verplicht aan
een man die de avond doorbrengt met zijn vrienden in de kroeg voor
een voetbalscherm. Totaal niet geschikt voor het vader zijn, slechts
geschikt voor het penaltyschieten tot het vaderschap.
En dan
ziet men vrouwen die na jaren huwelijk eigenlijk alleen maar blij
zijn dat hun mannen avond na avond in de kroeg hangen, want dan
zullen ze wel weer eens thuis komen en hopelijk snel bezopen in
slaap vallen. Ondertussen leiden zij hun eigen leven, met
vriendinnen met spaghetti in een tuttig restaurant, of – later,
ouder – Apfelstrudel tot de dood er op volgt. |
 |
|
Een oude voordeur in het gehucht
Dlouhonovice (bij Žamberk, Tsjechië). Voordeuren boeien me immer.
Wie is hier als baby binnen gedragen, wie is er in zijn kist naar
buiten gedragen. Wie kwam er via de voordeur binnen en wie gebruikte
de dagelijkse achterdeur? En wie sloop er stiekem binnen en waarom?
Oud hout herbergt vele vragen. |
|
|