|





|

| Dictatoriale bouw
boeit. Er is niets fout aan pompeus. Of dat mengsel tussen
neoclassicistisch en modernistisch. Het eerste is een gebouw langs
de Moldau in Praag Holesovice, daar waar je in werkmensencafé's
nog ouderwetse soep of gevulde knödel kan eten. In het midden het ziekenhuis
van Kutná Hora (zonde van de storende bomen) met monument de Russen herdenkend. Gelukkig intact
gelaten. En tot slot het suikerwerk uit een andere tijd, station Praha-Vyšehrad. Het station waar nooit iets stopt maar waar tot op
de dag van vandaag elke trein begroet wordt door een stationschef.
|
 |
Scherven van Kolín
Kolín
ligt er verlaten bij op een zaterdagmiddag. De winkels zijn dicht,
een regenbui veegt de laatste mensen van de straat. Blijft niets
dan het rechte stratenpatroon, kenmerkend voor de Duitse
nederzetting.
De
enigen die nog op straat zijn, zijn twee meisjes die kaarten
verkopen voor zielige honden. En dat doen ze met grote toewijding,
je gaat bijna met de honden mee janken. |
| |
Voor de
restaurants trekken obers tafellakens recht die al recht liggen.
Ze tooiden hun zaken met namen als bistro, café en Irish Pub en je
vraagt je wat is er fout met de Boheemse variant daarvan.
Misschien dat hun zaken daarom zo leeg zitten, de gewone cafés
zitten wel vol. Wat wil je, het is zaterdagmiddag en het regent.
Het
plaatselijk museum toont scherven van eerder leven hier. Potten en
pijlpunten zoals ze overal worden gevonden, moet het tonen daarvan
aantonen dat het hier vroeger al de moeite waard was om te leven? |
|
Hrabal, een dag uit het leven |
| Busperron 14, Praag
Černý
Most, bus 398 naar Kostelní Lhota en natuurlijk naar Kersko, waar
hij slechts op verzoek stopt. De schrijver Bohumil Hrabal maakte
deze trip aan het einde van z'n leven dagelijks, naar zijn
buitenhuisje in |
| de wouden van Kersko.
Uitstappen doe je op de betonstraat waar 'Wachten op brood zich
afspeelt' en nog steeds staat er een bord met brood (chleb). Langs
café Hájenka (waar men bier tapt uit de 'ouderlijke' brouwerij)
waar bij de |
| viering van z'n
verjaardag een politie-inval kwam. Na z'n katten gevoerd te hebben
met een in Praag gekochte kip ging het dan vaak al met de
middagbus terug naar Praag, naar café U Zlatého Tygra (de Gouden
Tijger). |
 |
Goud
Ik moest voor een
tentoonstelling van Vladimír Boudník op de Praagse Burcht zijn. En
nu ik dan toch daar was dacht ik aan die keer meer dan twintig
jaar geleden dat ik daar zowat uit het 'Gouden steegje' weggewerkt
werd door de communistische ordehandhavers vanwege ons luid
commentaar dat er nergens iets van Kafka te zien was, die hier
werkte. Kafka was taboe onder het communisme. |
| |
De toeristen negerend besloot ik
even het steegje in te lopen. Echter ver kwam ik niet, er stond
een soldaat op wacht en een man vroeg me om een ticket. Een straat
die op de plattegrond staat waar je niet zonder ticket in komt! Ik
maakte een wegwerpgebaar: onder de communisten het straatje uit
geknikkerd en onder de "vrijheid" er niet eens meer in mogen! |
|
Ansichtkaarten aan mezelf (3) |
 |
 |
Woonplaats perron 3
Op perron 3 van station
Praag-Smichov wonen twee mannen. Het is niet vreemd om een van hen
op een hete dag met z'n voeten in een emmer water te treffen in
gesprek met het doorgaand volk van het perron.
's Avonds als de laatste
trafika's1 en
občerstvení's2
sluiten en nog voor de laatste trein naar Beroun is
vertrokken wordt het perron hun slaapkamer. |
| |
De
uitbater van de eerste
občerstvení laat hun elk een
bramborak3 als nachtmaal en geeft hen
daarbij nog enige bieren, alvorens hij de spoorbaan kruist en de
laatste trein naar het Prager hoofdstation neemt. Ze kijken hem
bezorgd na, of de trein hem ook niet overrijdt: de goede man is
hun levensader. Ze betalen hem terug met kleine klusjes en soms
mogen ze dan even een uiltje knappen op de bedbank in het
volgeladen
| uitbaterhokje. 's Nachts niet,
dan gaat alles op slot. Maar ze bewaken zijn cabine alsof het
hun eigen bezit is. Nog voor de
laatste trein bestel ik een biertje en open dit met de aan een
stevig touw vastgelegde flessenopener. Als ik mijn lege flesje
- waarvoor ik drie kronen (ongeveer 10 eurocent) statiegeld
betaalde - achteloos wil wegzetten, omdat het loket inmiddels
|
 |
gesloten
is, zegt de een dat ik dat niet moet doen, 'tři koruni!'
zegt hij me, en knikt erbij en herhaalt het met gezwollen stem
alsof het een bedrag was om met naar de beurs te gaan. En verwijst
me vervolgens naar de achterdeur waar de uitbater het flesje
buiten openingsuren nog inneemt. Had hij niks gezegd, was deze
schat het zijne geweest.
Inmiddels heeft de ander me dan al vertrouwelijk aangesproken op
zijn queeste naar een sigaret. Ze strijden nog even over een
vermeende slok uit de verkeerde fles en bevoelen de temperatuur
van hun aardappelkoek.
En dan
ben je blij dat de trein komt, indringer die je je inmiddels voelt
in de slaapkamer die ze door het lot gedwongen samen delen: perron
3, Praag-Smichov.
1] kiosk 2] verkoop van
verfrissingen 3] aardappelkoek |
 |
Ansichtkaarten aan mezelf (2)
Als er pisbakken waren
vroeger in Limburg, dan moest je vader je optillen. Handiger was
gewoon een plasgeul rondom. Ik heb nog steeds niet van die lange
benen en pisbakken hangen te hoog. Maar om de een of andere reden
moeten ze van de EU. Ook in dit boerencafé waar nooit zo'n
angstige toeristenauto stoppen zal. Misschien omdat iedereen naast
de pot blijft pissen, direct in de geul. |
|
Vogeltjesleed - Hangende
nestjes maken ze op het kleine stationnetje [1], elk jaar weer.
Nestjes uit klei. De vogel, een kleine zwaluwsoort. En elk jaar
valt er zeker één zo'n nestje naar beneden nog voor het kroost
klaar voor de wereld is. Zo viel ook dit kleine vogeltje opeens de
grote wereld in [2]. En in die grote wereld werden treinen even
vergeten, de stationchef was druk bezig boven op een ladder met
een doosje daar te hangen waar ooit het nestje was. Maar het mocht
niet baten, de ouders waren al vertrokken en tussen de tientallen
nestjes met druk zorgende ouders werd dit vogeltje met zijn zusje
gewoon vergeten [3]. Net de mensenwereld onder Balkenende. |
|