Cyclus van de lucht

 

[ I ]

De zondag is van stil

En geluk van even

En alles wat ik wil

Het leven leven

 

Een spin kruipt over mijn woorden

In spinrag leeft mijn geest

Aan wie ook ooit mijn gedachten behoorden

En voor ieder die het leest

 

Als een luis bang voor koorts

Als een vogel in zijn vlucht

Zwijgend het ongehoords

 

Met elke slik, met elke zucht

En het eeuwig enzovoorts

Eén: hopeloos verslaafd aan lucht

 

[ II ]

Soms moet je je op je vingers slaan

Om te voelen of je er nog wel mee voelt

Met je voeten op je handen staan

Je kop beuken, de kont tegen wat je stoelt

 

Je polsen snijden of ze nog wel bloeden

Je ogen eruit wippen of ze de weg terug weten

Je armen zwepen of ze nog wel kunnen behoeden

Je hoofd om andermans gedachten laten zweten

 

En al dat wat vertrouwen of gewoonte heet

Het dagelijkse, het niets, het aanwezig zijn

Tegen dat houden dat het voelen vermeed

 

Want geluk is niet meer dan even geen pijn

En dus moet je weten wat pijn doet, deed

Daarom: ben niet, wees niet, maar schrijn

 

[ III ]

Wat ik zoek is zoek

Wat ik vind verloren

Geen enkel boek

Geen waarheid kan me behoren

 

Wat ik krijg is te geef

Wat ik geef als lucht

Niets waarvan ik leef

Dan zucht op zucht

 

Wat kan nog bekoren

Niet het lijden als feit

Niet de onbereikbare toren

 

Wat ik zoek is kwijt

Wat ik vind verloren

In lang begraven tijd

 

Dieter Bruls 18 juni - 25 juni