Week 23

Een vakantiealbum

Zondag 12 juni 2005

Knakworst van vroeger

De Týn-kerk op de Staroměstké Náměstí (Oude-Stadsplein) op zondag, tegenwoordig een plein vol toeristen en terrassen. Vroeger onder het communisme vierde de arbeider de zondag en vond de dag gesloten. Slechts een loketje tegenover het Orloj (het astronomische uurwerk van het Oude-Stadsraadhuis) verkocht hotdogs en daarvoor stond dan een rij van een dik kwartier. Voor het loket zamelde een mevrouw met een sik de resten in: kleine stukjes papier, brood en worst. Voor het begeerde loketje moest je diep buigen,  

erachter zag je alleen handen die geld voor worst wisselden. En zonder vooraankondiging kon die handeling plots ophouden: met een harde knal viel het loket dan dicht, zonder morren loste de rij zich dan als vanzelf op.

Ik kijk naar al die toeristen en denk een beetje weemoedig aan dat loket.

 

Goedkoop vliegen naar Praag. Alle informatie over de stad.

 
Zaterdag 11 juni 2005
Van wie de gevleugelde woorden zijn dat een drummer iemand is die met muzikanten rondhangt weet ik niet meer. Ik wil daar een categorie aan toevoegen: de mondharmonicaspeler. Menige spontane muziekuitbarsting wordt verpest door iemand die op zo'n ding meeblčrt. Niet dat een mondharmonica een vreselijk instrument is: er zijn te weinig mensen die hem bespelen kunnen en zo werden ook de Tetínské Kytary ditmaal ietwat verpest. Maar ware klasse bewijst zich.
Vrijdag 10 juni 2005

'Egon Bondy's Happy Hearts Club Banned' van The Plastic People of the Universe. Absoluut niet mijn soort muziek, maar het is een mijlpaal in de strijd tegen het communisme. Het werk stamt uit 1974 en de teksten zijn grotendeels door de filosoof Egon Bondy geschreven. Hoe het oorspronkelijk werd uitgegeven weet ik niet, maar ik denk dat het rond ging op steeds weer gekopieerde cassettebandjes, want de band had geen overheidsgoedkeuring. Concerten werden dan ook alleen op afgelegen plekken gegeven en de reclame ervoor ging van mond tot mond.

De band wordt wel vergeleken met The Velvet Underground, ik hoor echter meer Frank Zappa-achtig gefreak. Maar als ik echt een vergelijking moet trekken denk ik allereerst aan het orgelwerk Nedělní Hudba ('Zondagsmuziek') uit 1958 van de Tsjechische componist Petr Eben: een verzet door vervreemding. En voor de prijs van niet eens een euro laat ik deze uitgave van 'De Wakende Kip' dus niet liggen.

Donderdag 9 juni 2005
Het Klimentinum bij de Karelsbrug herbergt de Tsjechische Nationale Bibliotheek. Ik had er een afspraak over de boeken van Miroslav von Miraus, waarin de bibliotheek zeer geďnteresseerd was (waarover later meer).
Tsjechië is in de ban van de verkiezing van de grootste Tsjech. Vandaag was Jan Koller even de grootste Tsjech: met vier goals tegen Macedonië. De kanonier noemt de Lidové Noviny ('Volks Krant') hem.

Enkele andere kranten: Hospodářské Noviny ('Handels Krant') en Dnes ('Heden'). Praag kent verder een Engels- en een Duitstalige krant.

Woensdag 8 juni 2005

De leermeester van Napoleon

In een druk café ging een meneer noodgedwongen tegenover me zitten: ondanks dat een Tsjech graag praat zal hij altijd een tafeltje voor zich alleen zoeken. Hij wachtte omdat ik at met het roken van een sigaret en het beginnen van een gesprek. En dan niet een gesprek over het weer of over voetbal, maar over de historische held Jan Žizka.

Nu was ik die dag net naar Tábor geweest, zoals u misschien wel weet de burcht van Žizka, de leider van de radicale Hussitische

Taborieten-factie, dus ik was wel in voor het thema. Mijn gesprekspartner bleek een totale Žizka-adept: Žizka was de grootste Tsjech ooit en ook groter dan Napoleon, want hij was zijn leermeester. Niet dat ik dat ooit in één biografie van Napoleon gelezen heb, maar goed, dat is een argument dat in een fatsoenlijk cafégesprek geen geldigheid heeft. 'Jan Žizka was groter dan Napoleon, want hij heeft geen Waterloo gekend', was wel een argument. Nu heb ik dat persoonlijk ook nog niet gekend, maar dat zegt helaas weinig over mijn grootsheid.

We namen er nog een en uitgepraat over Žizka zwegen we even. En ik bedacht me wat hij zeggen wilde: Jiří z Poděbrad. De stamvader van het weer eens zo verdeelde Europa.

Afbeeldingen: Tábor in oude ansichten.

Dinsdag 7 juni 2005
Markt in Rokycany, vermeende woonplaats van de mysterieuze schrijver Von Miraus. De markt is het enige stukje leven dat deze plaats aan de spoorlijn tussen Plzeň (Pilsen) en Praag eens per week uit zijn verslapenheid haalt.
De nieuwe Naše Noviny ('Onze Krant') ligt in de winkel, tweewekelijks blad voor Řevnice en omgeving: dorpspolitiek in goede lay-out. Tien A4-pagina's kleindruk en als je dan door die rustige dorpjes loopt vraag je je af hoe er zoveel te melden kan zijn. Goed Ostrovan Zadní Třebaň verloor met 7-1 van Hýskov en alleen Sládek wist te scoren (maar op hun site dichten ze zich - heerlijk! - Champions League voetbal toe...) en dan beslaat het voetbal van de vijf streekclubs slechts iets meer dan een halve pagina.
Maandag 6 juni 2005
Hotel Grand te Řevnice vanuit de trein.
Řevnice: vorige keer stond er nog een auto, nu alleen nog de uit beton gegoten binnenruimte van een Škoda. Aardig feit: langste rij naast elkaar geparkeerde Škoda's: 15.

PERMALINKS

Fotografie: Thomas Schlijper - Katrien Mulder - Kunst: Roel en Jos -Tekst: Simon Vinkenoog - Opschrijver -  Webcams: Praha Vrsovice - Rokytnice - Weblogs: hansb - godsblog