|
Breekbaar als glas
Op een
glascontainer op het plein waar ooit een school had gestaan zaten twee oudjes.
Hier had vroeger zijn lagere school gestaan wist hij nog wel, maar
verder, ach de gedachten werden minder. Vrolijk waren ze wel die
twee, ze bungelden met hun benen als kleutertjes. Hoe ze in godsnaam
op de glasbak gekomen waren met hun krakkemikkige benen, niemand kon het bevroeden.
Dieren voelden zich
vertrouwd bij ze, honden snuffelden aan hun schoenen en achter die
twee pikte een merelmannetje doodgemoedereerd aan een vette
regenwurm, te groot voor zijn maag - de laatste stukjes gingen
gesnaveld - hij had een nest te voeden. En zelfs die worm leek
tevreden met het lot.
Mensen verbaasden zich wel
over dat oude stel, maar ach ze waren al zo duidelijk oud en wat
zeg je dan? Dat je niet op een glasbak mag zitten en met je voeten
zachtjes trommelen? Wat kan je oude mensen nog verbieden, te
leven? En ach, ze lieten de gaten van de bak vrij: de
flessenpost kon ongehinderd doorgaan.
De volgende ochtend waren ze
weg. Slechts uit elk gat van de vierkante glasbak stak een
schoen... |