|

Koning Vaclav Zatlap Niet De 1e laat het
achterste van zijn dubbele tong zien. |
|
Koning van de republiek
Een man in duidelijk beschonken
toestand zette zich tegenover me met de moeizame vraag waarom ik een
driedelig pak droeg. Een moeilijk te beantwoorden vraag, ik draag ze nu
eenmaal. Zijn vraag of ik Engels sprak werd in het Duits gesteld en in
het geheel van wat een gesprek moest zijn schakelde hij naadloos van het
een in het ander, in een vorm van naadloosheid die niets met het ander
verbindt. Zo nu en dan in duistere buien verviel hij in een bezwerend
Tsjechisch, dat ik dan maar bevestigde.
De man moest een vroege
gewoontewerker zijn, de vroege zonnige middag was nog niet eens rijp
maar droeg haar maagdenvlies nog. Om deze tijd zo in de olie zijn roept
bij mij altijd vragen op die de persoon in kwestie meestentijds niet
weet te beantwoorden en mij slechts doet bevroeden dat er in de hemel
een reisbureau moet zijn dat dit soort lieden volpension all-in prijs
naar de verdoemenis helpt. Maar ik verwacht op dit gebied de
personeelskosten in de hel lager.
De man had wel nog doelen in zijn
leven, hij wilde president van de Tsjechische republiek worden en ik in
mijn sardonisme moedigde hem hierin in alles aan. Tegen de tijd dat hij
in zijn brabbelende drietaligheid, dat lang denken vergde voor weinig
resultaat, overtuigd was dat ik zijn trouwste volgeling was, zette ik
hem een stap hoger: president was niks voor hem - en ach dat zou
iedereen die zijn toestand zou bezien met me eens zijn. Boven de
tekening die ik van hem gemaakt had en die hij als statieportret was
gaan beschouwen, schreef ik in mijn beroerde Tsjechisch 'Koning van
de Tsjechische republiek'. Trots liep hij er mee naar binnen en ik
op mijn beurt verliet de zaak langs de achteruitgang. Met vluggebeende
gepaste nederigheid. |